Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
17 april 2020.
Hoge Raad
De vrouw en de man zijn gehuwd geweest en gescheiden met een partneralimentatieverplichting van de man. De man verzocht de alimentatie te verlagen met ingang van 1 augustus 2017, waarop de rechtbank een lagere bijdrage vaststelde. Het hof vernietigde deze beschikking en stelde de alimentatie per 1 augustus 2018 op €190 per maand.
De vrouw voerde aan dat zij de alimentatie gebruikte voor vaste lasten en niet kon terugbetalen, en dat wijziging met terugwerkende kracht onredelijk was. De Hoge Raad bevestigt de vaste rechtspraak dat rechters behoedzaam moeten zijn bij terugwerkende wijzigingen vanwege mogelijke terugbetalingsverplichtingen.
Het hof motiveerde onvoldoende waarom de vrouw redelijkerwijs tot terugbetaling kon worden verplicht, ondanks haar stellingen en de aanzienlijke periode tussen ingangsdatum en uitspraak. Daarom vernietigt de Hoge Raad het hofarrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofbeschikking over partneralimentatie en verwijst zaak voor nieuwe behandeling.