Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
24 april 2020.
Hoge Raad
De officier van justitie verzocht de rechtbank Oost-Brabant om een machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. Betrokkene verbleef volgens het verzoek in GGzE De Woenselse Poort, locatie Doctor Poletlaan 91 te Eindhoven, maar de geneeskundige verklaring vermeldde de locatie [a-straat 1]. Betrokkene stelde dat deze locatie geen psychiatrisch ziekenhuis is in de zin van de Wet Bopz (oud).
De rechtbank verleende de machtiging en verwierp het verweer van betrokkene wegens onvoldoende onderbouwing. In cassatie klaagde betrokkene dat de machtiging onterecht was verleend omdat de locatie [a-straat 1] niet als psychiatrisch ziekenhuis was aangemerkt volgens de Wet Bopz en de bijbehorende regeling.
De Hoge Raad stelde vast dat de locatie [a-straat 1] niet voorkomt in de bijlage van de Regeling aanmerking psychiatrisch ziekenhuis Bopz en dat een machtiging tot voortgezet verblijf alleen kan worden verleend indien betrokkene verblijft in een als psychiatrisch ziekenhuis aangemerkte instelling. De klacht was gegrond, de beschikking van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot machtiging voortgezet verblijf wegens ontbreken van verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis en wijst de zaak terug.