ECLI:NL:HR:2021:1107
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, was het niet eens met een naheffingsaanslag omzetbelasting over de jaren 2010 en 2011 opgelegd door de Inspecteur. Na een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland en hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, waarbij het hof het besluit van de Inspecteur bevestigde, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie behandeld en de middelen van belanghebbende beoordeeld. De middelen faalden op de gronden die in een gelijktijdig arrest met nummer 20/01460 zijn vermeld, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan belanghebbende toe te rekenen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee werd het oordeel van het hof bekrachtigd en is de naheffingsaanslag definitief bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.