ECLI:NL:HR:2021:1107

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2021
Publicatiedatum
8 juli 2021
Zaaknummer
20/01463
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag omzetbelasting

Belanghebbende, een vennootschap onder firma, was het niet eens met een naheffingsaanslag omzetbelasting over de jaren 2010 en 2011 opgelegd door de Inspecteur. Na een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland en hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, waarbij het hof het besluit van de Inspecteur bevestigde, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie behandeld en de middelen van belanghebbende beoordeeld. De middelen faalden op de gronden die in een gelijktijdig arrest met nummer 20/01460 zijn vermeld, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan belanghebbende toe te rekenen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee werd het oordeel van het hof bekrachtigd en is de naheffingsaanslag definitief bevestigd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/01463
Datum9 juli 2021
ARREST
in de zaak van
[X] VOF te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 19 maart 2020, nr. 18/00197, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 15/5033) betreffende een aan belanghebbende over tijdvakken in de periode 1 januari 2010 tot en met 31 december 2011 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door M.H.W.N Lammers, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak mondeling doen toelichten door Lammers voornoemd, advocaat te Amsterdam.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 28 januari 2021 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. [1]
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 20/01460, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2021.