Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
(gemachtigde: mr. M.H.W.N. Lammers),
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Conclusie ten aanzien van de administratie.
6.Beperkingen en gebruik verspreidingskring.
4.1 Financiële administratie
niet juist of summier op de inkoopbon omschreven zijn:
niet volledig in de administratie opgenomen zijn. De uitgeschreven bon wordt niet in de administratie opgenomen of er wordt in het geheel geen inkoopbon uitgeschreven.
niet voor het juiste bedrag in de administratie opgenomen zijn.
de op de bon vermelde verkoper verklaarde deze goederen niet te hebben geleverd.
- In het kas-journaal geboekt als contante opname uit bank, maar uit het bankafschrift blijkt dat het een overboeking betreft naar een andere bankrekening (…)
- In het kas-journaal geboekt als contante opname uit bank, maar deze opnamen komen niet op de bankafschriften voor (…)
- Diefstal van € 20.000 op 26-01-2011 is niet verantwoord in het kas-journaal (…).
5.Theoretische omzetberekening
6.Omzetbelasting
- de inkoop van de goederen die hij met toepassing van de margeregeling kan verkopen gescheiden administreren van de overige inkopen (ook bij toepassing van globalisatie);
- de verkoop van goederen waarop hij de margeregeling toepast gescheiden administreren van de overige verkopen (ook bij toepassing van globalisatie);
- zijn administratie zo voeren dat hij aan de hand daarvan de winstmarge per goed kan vaststellen.
8.Overzicht correcties
9.Vereiste aangifte niet gedaan
10.Naheffingsaanslag omzetbelasting
Bespreking van de gevoerde verweren ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde
(VI.)Het hof is dan ook van oordeel dat [X3] ten aanzien van het opnemen van (gegevens zoals vermeld op) deze vervalste bonnen het register (in zoverre) valselijk heeft opgemaakt. (…)
hij in de periode van 1 april 2004 tot en met 28 december 2009, in de gemeente [Z] , een deel van de bedrijfsadministratie ten name van eenmanszaak [Y] - zijnde dat deel van die bedrijfsadministratie een samenstel van geschriften dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- in dat deel van die bedrijfsadministratie opgenomen:
[X V.O.F.] in de periode van 29 december 2009 tot en met 20 september 2011 in de gemeente [Z] , een deel van de bedrijfsadministratie ten name van [X V.O.F.] - zijnde dat deel van die bedrijfsadministratie een samenstel van geschriften dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft zij, [X V.O.F.] toen daar telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- in dat deel van die bedrijfsadministratie opgenomen en verwerkt:
Vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde
- met daarin opgenomen valse inkoopbonnen;
- zonder vermelding van inkopen,
(I.)is weergeven in het arrest betreffende [X3] )
II.)en
(III.) ]
[verdachte] in de periode van 29 december 2009 tot en met 20 september 2011 in de gemeente [Z] , een deel van de bedrijfsadministratie, ten name van [verdachte] - zijnde dat deel van die bedrijfsadministratie een samenstel van geschriften dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft zij, [verdachte] toen daar telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - in dat deel van die bedrijfsadministratie opgenomen en verwerkt:
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Omkering en verzwaring bewijslast
5.Beoordeling van het geschil in hoger beroep
(IV.)).
Tot slot is van betekenis dat [H B.V.] concludeert dat de Administratie “aan daaraan wettelijk en bedrijfseconomisch te stellen eisen” voldoet (zie 2.17), maar niet aangeeft aan welke wetsbepalingen zij de Administratie getoetst heeft. In ieder geval rept het rapport met geen woord over fiscale wetsbepalingen. Gelet op deze alles bij elkaar genomen gebrekkige onderbouwing van het rapport, in ieder geval wat betreft de onderhavige belastingprocedure, kan de conclusie dan ook geen andere zijn dan dat de rapportage van [H B.V.] niets afdoet aan ’s Hofs onder 5.2.11 gegeven oordeel.
II).
I(en begint met “ [X3] wordt verweten (…)”), is het naar het oordeel van het Hof aanvaardbaar voor de inspecteur om bij diens ‘gemotiveerde schatting’ van de ‘inkopen zoals die uit de Administratie blijken’, uit te gaan. Hierbij neemt het Hof in beschouwing dat de inkopen - bij het volgen van belanghebbendes standpunt (rij 1 in bovenstaande tabel) - in ieder geval niet voor een te hoog bedrag in aanmerking worden genomen (zodat bijgevolg het ophogen van de inkopen met een aanvaardbaar brutowinstpercentage in ieder geval niet tot een te hoge schatting van de omzet leidt).
waardevan de
omzet’ (onderstreping door Hof) voor een te hoog bedrag in de Administratie voorkomt (als van de hypothese zou worden uitgegaan dat de omzet voor een juist bedrag in de Administratie zou zijn verwerkt), maar dat de omzet nog steeds op basis van de kostprijs van de ‘inkopen’ - conform de tabel onder 5.3.2 (rij 1) - kan worden geschat. De inspecteur - zo begrijpt het Hof - gebruikt evenvermeld citaat als een extra argument voor de conclusie dat de Administratie onbetrouwbaar is.
Belanghebbende heeft ook niet voldaan aan artikel 28b jo artikel 28i Wet OB jo artikel 31, lid 5, tweede volzin, Uitv. Besch. OB. Immers zij heeft allereerst niet op zodanig duidelijke en overzichtelijke wijze en met vermelding van zodanige bijzonderheden aantekening gehouden, dat aan de hand daarvan de door haar over een bepaald belastingtijdvak verschuldigde belasting kan worden vastgesteld. Voorts heeft zij met betrekking tot het ingekochte sloopgoud en andere ingekochte goederen haar boekhouding niet op zodanige wijze gevoerd dat aan de hand daarvan het verband tussen inkoop en verkoop kan worden vastgesteld. Reeds daarom heeft belanghebbende geen recht op toepassing van de marge- en globalisatieregeling.
Specifiek voor de globalisatieregeling ex artikel 28d Wet OB jo artikel 4c, lid 1, onder a, Uitv. Besch. OB komt daar nog bij dat - ook al zou veronderstellenderwijs ervan uitgegaan worden dat de margeregeling wel door belanghebbende toegepast kan worden - de goederen die belanghebbende inkoopt niet opgesomd staan in artikel 4c, lid 1, onder a, Uitv. Besch. OB en niet gesteld of gebleken is dat de inspecteur belanghebbende heeft aangewezen als bedoeld in artikel 4c, lid 1, onder b, Uitv. Besch. OB. Reeds om deze redenen is de globalisatieregeling niet van toepassing.
6.Proceskosten
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank behoudens voor zover die betrekking heeft op de beslissingen omtrent de vergoeding voor immateriële schade, proceskosten en griffierechten;
- verklaart het beroep gegrond voor zover het betrekking heeft op de boetebeschikking;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover die betrekking heeft op de boetebeschikking;
- vernietigt de boetebeschikking;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond, en
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende inzake het hoger beroep tot een bedrag van € 1.312,50.