ECLI:NL:HR:2021:127
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aanhoudingsverzoek in belastingzaak wegens goede procesorde
Belanghebbende, een gedetineerde, kreeg navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen opgelegd voor de jaren 2011 tot en met 2014. De aanslagen werden naar zijn huisadres gestuurd, niet naar de penitentiaire inrichting waar hij verbleef. De bezwaren werden niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Na een ongegrondverklaring door de rechtbank stelde belanghebbende hoger beroep in.
Het hof nodigde partijen uit voor een mondelinge behandeling en stelde belanghebbende in de gelegenheid schriftelijk te reageren op het verweerschrift van de Inspecteur, maar hij deed dit niet. Tijdens de zitting vroeg de gemachtigde van belanghebbende aanhouding omdat het verweerschrift niet met belanghebbende besproken kon worden. Het hof wees dit verzoek af en verklaarde het beroep ongegrond.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de belangen zorgvuldig had afgewogen, rekening houdend met de tijdige indiening van het verweerschrift, de mogelijkheid tot reactie en het belang van een doelmatige procesgang. Het hof had voldoende gemotiveerd dat het verweerschrift geen nieuwe stellingen bevatte en dat het verzoek laat was gedaan. Het cassatieberoep faalde en de Hoge Raad verklaarde het ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de afwijzing van het verzoek om aanhouding.