Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
17 september 2021.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal hoe de rechter moet handelen wanneer een betrokkene aangeeft niet door de aan hem toegevoegde advocaat bijgestaan te willen worden in een procedure tot verlening van een zorgmachtiging op grond van de Wvggz.
Betrokkene weigerde de toegevoegde advocaat en stelde alleen te willen deelnemen aan een procedure die begint met een dagvaarding. De rechtbank Noord-Nederland verleende desondanks de zorgmachtiging zonder te onderzoeken of betrokkene een andere advocaat wenste. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet correct was, omdat de wet voorschrijft dat de rechter moet nagaan of betrokkene een andere raadsman wil wanneer hij de toegevoegde advocaat afwijst.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van 25 januari 2021 en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing, met de opdracht het onderzoek naar de wens van betrokkene voor een andere advocaat alsnog te verrichten en hierover te motiveren.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor nader onderzoek naar de wens van betrokkene voor een andere advocaat.