Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
NJ2015/35 uitgemaakt dat, naar een met de kwetsbare positie van de betrokkene strokende uitleg van deze bepalingen, de rechter in de situatie dat de betrokkene te kennen geeft niet meer door de toegevoegd advocaat te willen worden bijgestaan, moet onderzoeken of de betrokkene toevoeging van een andere raadsman wenst en in zijn beschikking van het resultaat van dit onderzoek dient te laten blijken; dat geldt ook in het geval de betrokkene te kennen geeft 'zelf een advocaat te willen regelen' maar de eerder toegevoegde raadsman nog niet is teruggetreden. HR 17 september 2021,
NJ2021/305 bevestigt dat de rechtspraak onder de Wet Bopz (oud) ten aanzien van art. 1:7 lid 1 en Pro lid 3 Wvggz en art. 44 lid 2 Sv Pro haar gelding heeft behouden.
in accordance with a procedure prescribed by law" en de vrijheidsbenemende maatregel krachtens de verleende zorgmachtiging niet kan worden aangemerkt als “
a lawful detention of [a person] of unsound mind” in de zin als bedoeld in art. 5 lid Pro 1, aanhef en onder e, EVRM, en de daarop gevormde (vaste) rechtspraak van de Hoge Raad en die van het EHRM. [2]