Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.De prejudiciële procedure
2.Beantwoording van de prejudiciële vragen
3.Beslissing
24 september 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een prejudiciële vraag over de toepassing van art. 356 lid 1 Faillissementswet Pro (Fw) omtrent het opmaken van een slotuitdelingslijst bij schuldsanering. De rechtbank Limburg stelde vragen aan de Hoge Raad over de noodzaak van een slotuitdelingslijst bij boedels met een actief van minder dan € 2.000.
De feiten betreffen een schuldsaneringsregeling die op 9 januari 2018 werd uitgesproken, met een verificatievergadering gepland op 15 september 2020 en beëindigingszittingen in januari 2021. De rechtbank overwoog dat ondanks een boedelactief van € 2.264,19 na aftrek van griffierecht minder dan € 2.000 beschikbaar was, en dat in de praktijk verschillende methoden worden gehanteerd voor afwikkeling.
De Hoge Raad benadrukt dat de wettelijke regeling voorschrijft dat altijd een slotuitdelingslijst moet worden opgemaakt zodra de uitspraak van art. 354 Fw Pro in kracht van gewijsde is gegaan, ook als het boedelactief minder dan € 2.000 bedraagt. De uitzondering geldt alleen bij toepassing van de vereenvoudigde procedure van art. 354a Fw. De slotuitdelingslijst waarborgt transparantie en controleerbaarheid van de schuldsaneringseindafwikkeling.
De Hoge Raad beantwoordt de prejudiciële vragen bevestigend: de afwikkeling moet plaatsvinden conform de Faillissementswet, met een (eventueel pro forma) verificatievergadering en het opmaken van een slotuitdelingslijst, ongeacht de omvang van het boedelactief. De kosten van de procedure worden begroot op nihil ten laste van de schuldenares.
Uitkomst: De Hoge Raad bepaalt dat ook bij een boedelactief onder € 2.000 een slotuitdelingslijst moet worden opgemaakt volgens de Faillissementswet.