Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft in het principale beroep een conclusie van repliek ingediend. Hij heeft schriftelijk zijn zienswijze over het voorwaardelijke incidentele beroep naar voren gebracht.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2008 tot en met 2012 waren bevestigd. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend en voorwaardelijk incidenteel beroep ingesteld.
De Hoge Raad heeft de middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad ziet geen noodzaak tot nadere motivering omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, Wet op de rechterlijke organisatie.
Het voorwaardelijke incidentele beroep vervalt omdat het principale beroep niet slaagt. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het voorwaardelijk incidentele beroep vervalt.