ECLI:NL:HR:2021:1653
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over proceskostenvergoeding in belastingzaak
Belanghebbende raakte in augustus 2012 gewond bij een ongeval en ontving voorschotbetalingen van een verzekeringsmaatschappij die aansprakelijkheid erkende. In 2014 werd een finale schaderegeling en een belastinggarantie overeengekomen, waarbij de verzekeraar de eventuele belasting over de schadevergoeding en kosten van beroepsprocedures zou dragen.
Het hof verklaarde het hoger beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet, maar wees vergoeding van griffierecht en proceskosten af omdat die kosten volgens het hof door de verzekeraar zouden worden gedragen.
De Hoge Raad oordeelt dat het feit dat een derde garant staat voor kosten niet betekent dat belanghebbende die kosten niet heeft gemaakt. Artikel 8:75 Awb Pro vereist niet dat de kosten door de procespartij zelf zijn gedragen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het oordeel van het hof over de proceskostenvergoeding en veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van griffierecht en proceskosten voor zowel het hoger beroep als het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.