Uitspraak
1.Het eerste geding in cassatie
2.Het tweede geding in cassatie
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2013. Eerder had de Hoge Raad een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof in Den Haag voor herbeoordeling.
Het Gerechtshof Den Haag heeft op 20 april 2021 een uitspraak gedaan, welke op 26 mei 2021 is hersteld. Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak verschillende klachten ingebracht in cassatie. De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd.
De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. Omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering gegeven. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.