ECLI:NL:HR:2020:1369
Hoge Raad
- Cassatie
- G. de Groot
- J.A.C.A. Overgaauw
- J. Wortel
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- P.A.G.M. Cools
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwijst zaak over premievrijmaking dollargarantiepolis terug voor nadere beoordeling
Belanghebbende sloot in 1993 een vaste termijnverzekering af bij een verzekeraar, waarbij een dollargarantiepolis werd overeengekomen met premievrijmaking in 1995. In 2013 ontving belanghebbende een uitkering van €24.780, die niet was opgegeven in de belastingaangifte. De Inspecteur corrigeerde dit en stelde dat het om een belastbare uitkering uit een levensverzekering ging.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat de uitkering belastbaar was als levensverzekering, omdat de overeenkomst in 1993 een overlijdensrisico bevatte en de premievrijmaking dit niet wijzigde. Belanghebbende stelde in cassatie dat het ging om een onbelaste uitkering uit een valutatermijncontract.
De Hoge Raad stelt dat het Hof ten onrechte de aard van de overeenkomst uitsluitend beoordeelde naar het moment van aangaan en onvoldoende rekening hield met de wijziging in 1995. Volgens de Hoge Raad moet de overeenkomst worden uitgelegd volgens de Haviltex-maatstaf en moet de fiscale kwalificatie worden bepaald aan de hand van de inhoud van de overeenkomst ten tijde van de uitkering in 2013.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling met inachtneming van deze richtlijnen. De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van het griffierecht van belanghebbende.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor nadere behandeling.