ECLI:NL:HR:2021:507
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffing BPM bij registratie beschadigde auto met WOK-status
Belanghebbende kocht in 2016 een gebruikte, beschadigde personenauto in België die door de RDW werd geregistreerd met de status 'Wacht op keuren' (WOK-status) vanwege essentiële gebreken. Bij de BPM-aangifte werd een vermindering toegepast op basis van de staat van de auto, maar de Inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat herstel van de gebreken vereist is volgens artikel 8, lid 3, van de Uitvoeringsregeling BPM.
Het Gerechtshof Amsterdam verwierp de bezwaren van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag, onder meer omdat het aanslagbiljet geen uniek nummer bevatte, het fiscaal akkoord pas kon worden gegeven na betaling van de naheffing, en de regeling niet in strijd is met het EU-recht. Ook oordeelde het hof dat herstelkosten van niet-essentiële schade niet tot verdere verlaging van de handelswaarde leiden.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Het ontbreken van een aanslagnummer tast de rechtsgeldigheid niet aan, de naheffing kan ook worden opgelegd als betaling van de BPM later plaatsvindt, en het fiscaal akkoord mag worden onthouden zolang de naheffing niet is voldaan. De regeling is verenigbaar met het VWEU en binnen de wettelijke bevoegdheid gesteld. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag BPM zonder vermindering vanwege niet herstelde essentiële gebreken.