Belanghebbende deed op 21 januari 2010 aangifte BPM voor een uit Duitsland afkomstige personenauto, waarbij zij uitging van een gebruikte auto en een vermindering toepaste. De inspecteur stelde na onderzoek dat de auto als nieuw moest worden aangemerkt en legde een naheffingsaanslag op. Belanghebbende betaalde het bedrag, waarna de registratie en kentekenuitgifte plaatsvonden.
De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af, maar het hof vernietigde deze uitspraak en de naheffingsaanslag omdat de registratie nog niet had plaatsgevonden ten tijde van de naheffing. De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had, omdat de BPM verschuldigd is bij aangifte en betaling, ook als de registratie later plaatsvindt.
De Hoge Raad bevestigt dat de inspecteur de aanslag rechtsgeldig kan bekendmaken, ook als dit niet via de ontvanger gebeurt. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling van het geschil over de kwalificatie van de auto als gebruikt of nieuw. Er worden geen proceskosten aan partijen opgelegd.