Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
Uit die rechtspraak volgt dat accijnsgoederen die niet voor persoonlijk verbruik voorhanden worden gehouden, voor de toepassing van de Accijnsrichtlijn worden geacht voor commerciële doeleinden voorhanden te worden gehouden [5] . De voorwaarden voor toepassing van (thans) artikel 32, lid 1, van de Accijnsrichtlijn dienen ertoe om het strikt persoonlijke karakter te kunnen vaststellen van het voorhanden hebben van accijnsgoederen die in een lidstaat zijn verkregen en daarna naar een andere lidstaat zijn vervoerd (de lidstaat van bestemming) [6] . Alleen wanneer de particulier de accijnsgoederen persoonlijk in een lidstaat heeft verkregen, voor eigen behoeften, en hij deze zelf naar een andere lidstaat heeft vervoerd, wordt op grond van artikel 32, lid 1, van de Accijnsrichtlijn accijns uitsluitend geheven in de lidstaat van verkrijging en wordt geen accijns verschuldigd in de lidstaat waarnaar die accijnsgoederen door de particulier zelf zijn vervoerd [7] .
Van die gehoudenheid tot voldoening van accijns in de lidstaat van bestemming door de hiervoor bedoelde particulier wegens “voor commerciële doeleinden voorhanden hebben” kan alleen bij toepassing van artikel 36 van Pro de Accijnsrichtlijn worden afgeweken. Toepassing van die bepaling vereist dan dat die particulier de desbetreffende accijnsgoederen heeft ontvangen als gevolg van de aankoop van die goederen van een in een andere lidstaat gevestigde verkoper waarbij die goederen door de verkoper of voor diens rekening zijn vervoerd naar de lidstaat van bestemming.
3.Proceskosten
4.Beslissing
: