Uitspraak
zetelende te Den Haag,
wonende te [woonplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
9 april 2021.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of het fiscaal verschoningsrecht van advocaten zich uitstrekt tot informatie over een derdengeldenrekening die zij beheren voor hun cliënt. De Belastingdienst had een derdenonderzoek ingesteld en verzocht om inzage in de stortingen, betalingen en saldi van een derdengeldenrekening die een advocaat beheerde voor zijn cliënte.
De advocaat beriep zich op zijn geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht, en weigerde informatie te verstrekken. De voorzieningenrechter wees de vordering van de Staat af, maar het hof vernietigde dit en beval de verstrekking van gegevens over stortingen en saldi. Het hof oordeelde echter dat informatie over de bestemming van betalingen die met de gelden zijn verricht binnen de vertrouwenssfeer van de advocaat valt en niet zonder meer hoeft te worden verstrekt.
De Hoge Raad bevestigde dat het verschoningsrecht zich ook kan uitstrekken tot informatie over de derdengeldenrekening, mits deze informatie in de hoedanigheid van advocaat is toevertrouwd. Het is aan de advocaat om te beoordelen of het verschoningsrecht geldt. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de Staat en veroordeelde deze in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staat wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.