ECLI:NL:HR:2021:83
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongrondslag precariobelasting gemeente Veenendaal voor 2016
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal stelde in cassatie beroep in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat de aanslag precariobelasting voor 2016 aan belanghebbende onrechtmatig achtte. De kern van het geschil betrof de vraag of de gemeente bevoegd was om de aanslag op te leggen, gelet op de gewijzigde wettelijke bepalingen in artikel 228, lid 2, van de Gemeentewet en de overgangsregeling.
De gemeenteraad had in oktober 2015 een verordening vastgesteld die pas op 11 november 2017 in werking trad na publicatie in het gemeenteblad. Het Hof oordeelde dat deze verordening op 10 februari 2016, de peildatum voor de overgangsregeling, nog niet van kracht was en dat de overgangsregeling daarom niet van toepassing was. Hierdoor ontbrak de aanslag aan een geldige wettelijke grondslag.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de wijziging van artikel 228, lid 2, Gemeentewet per 1 juli 2017 directe werking heeft en dat zonder geldende verordening na die datum geen precariobelasting geheven kan worden. De Hoge Raad wees de klacht af en veroordeelde het College in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de gemeente Veenendaal wordt ongegrond verklaard en de aanslag precariobelasting voor 2016 is onrechtmatig opgelegd.