Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
15 juni 2021.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot telkens één week hechtenis wegens het meermalen overtreden van artikel 70, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000 (zwart rijden). Het hof motiveerde de strafoplegging met een standaardoverweging die niet specifiek inging op de redenen voor het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.
De Hoge Raad oordeelde dat deze motivering niet voldoet aan artikel 359, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat vereist dat het hof in het bijzonder de redenen voor de keuze van de straf moet opgeven. Het ontbreken hiervan leidt volgens artikel 359, achtste lid, tot nietigheid van de strafoplegging.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat betrekking heeft op de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing over de straf. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De strafoplegging wegens zwart rijden wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.