Conclusie
1.Cassatieberoep
2.Het eerste middel
(Aanvraag/wijziging [betrokkene 2] )
het meest waarschijnlijk het IP-adres door de verdachte werd gebruikt” toont de zwakte van de zaak. Deze conclusie is dan ook op geen enkele wijze onderbouwd met enige onderzoeksresultaten of gegevens van providers, maar slechts op een vermoeden omdat de IB-aangifte van [verdachte] ook via dit IP-adres zou zijn verzonden. Door het ontbreken van objectief bewijs voor de koppeling tussen het IP-adres en de [a-straat 1] alleen al kan er geen koppeling gemaakt worden tussen [verdachte] en het IP-adres.
nietaan het adres: [a-straat 1] gekoppeld kan worden. Tijdens de huiszoeking op 24 november 2016 is er immers onderzoek gedaan naar het IP-adres op de [a-straat 1] . Het resultaat daarvan laat niets aan de verbeelding over, het IP-adres is: [IP-adres 2] . [2] Een ander IP-adres dan het adres waarvan de verweten KOT-aanvragen afkomstig zijn.
Wij hebben gezien dat de aanvraag KOT is gedaan vanaf IP-adres [IP-adres 1] . Dit adres stond geregistreerd op het adres [b-straat 1] te Amsterdam. ”'
Ik heb toen zelf de code ingetoetst op de laptop van [alias] [...] [alias] zei dat ik later bericht zou krijgen over de aanvraag.” Ondanks de onbetrouwbaarheid van de verklaring omtrent de zogenaamde rol van [betrokkene 13] en/of [alias] kan uit haar verklaring een essentieel ding worden geconcludeerd: [betrokkene 4] heeft volgens haar eigen verklaring bij haar thuis ingelogd middels haar DIGID, de aanvraag moet dan ook bij [betrokkene 4] thuis zijn ingediend. DIGID logt zichzelf immers na slechts 15 minuten inactiviteit automatisch uit.
degebruiker van de Lenovo laptop.
downloads.” Een locatie die exact past in de verklaring van [verdachte] en waardoor vast komt te staan dat het CV
nietop de Lenovo laptop is opgesteld.
manbij de bank was gekomen in verband met het overgeboekte en vastgehouden geldbedrag.” [betrokkene 15] dus.
nietvast is komen te staan dat [verdachte] transacties heeft verricht en/of betalingen heeft gedaan. Ondanks dit gegeven oordeelde uw hof dat het aanwenden van gelden onvoldoende is voor een bewezenverklaring ter zake oplichting en/of valsheid in geschrifte." Nu in casu zelfs niet vaststaat dat [verdachte] de rekeningen beheerde, laat staan geld van de rekeningen heeft aangewend, kan de rekening niet bijdragen aan het bewijs ter zake haar betrokkenheid bij de oplichting en/of valsheid in geschrifte.
De verweren
€ 8.500,- overgemaakt naar de rekening van [betrokkene 1] ( [rekeningnummer 2] ). Op diezelfde dag heeft [betrokkene 17] een bedrag van € 2.500,- overgemaakt naar de rekening van de verdachte.
het IP -adres met nummer [IP-adres 1]waarvan de aanvragen KOT afkomstig zijn en (2) de in de gezamenlijke woning van verdachte en [betrokkene 15] aangetroffen grijze Lenova
laptopwaarop valse/vervalste documenten zijn aangetroffen die verband houden met de KOT-aanvragen. Dat is niet verwonderlijk nu deze koppelingen volgens de rechtbank niet zonder meer konden worden gemaakt, hetgeen blijkens de motivering uit het vonnis in eerste aanleg een belangrijke rol heeft gespeeld om de verdachte vrij te spreken van deze feiten. Daarnaast is door de verdediging de stelling ingenomen dat (3) het
beheer van de bankrekeningendie gebruikt zouden zijn bij de tenlastegelegde feiten en de in dat verband verrichtte transacties niet aan de verdachte moeten worden toegeschreven, maar aan haar ex-vriend [betrokkene 15] .
IP-adres met nummer [IP-adres 1]
Laptop
Beheer van de bankrekeningen
3.Het tweede middel
(een) goed(eren) waaronder kleding en/of schoeisel en/of make-up en/of accessoires, in elk geval van enig goed (te weten een of meer bestelling(en) 'onbetaald' in overzicht A-08-DOC
-027a)”. Ik neem aan dat bij de verwijzing naar dit overzicht sprake is van een kennelijke verschrijving: genoemd document heb ik niet aangetroffen bij de stukken in het dossier. Wel heb ik – in een mapje met aanvullende stukken – aangetroffen een “Proces-verbaal aanvulling oplichting H&M” voorzien van een vrijwel gelijkluidend nummer A-08-AMB-027a, opgemaakt op 25 oktober 2017 met daarin opgenomen twee overzichten waarin per (bij het onderzoek tegen de verdachte aangetroffen) telefoon (een Samsung en iPhone) wordt aangegeven welke schermprints zijn gemaakt van de bestellingen die zijn gedaan via de bestelapp van H&M en bij welke facturen deze behoren. Tevens bevinden zich bij de aanvullende stukken een aangifte van H&M (A-08-DOC-276) met als bijlagen bedoelde facturen maar daarop weergeven de goederen die zijn besteld. Subsidiair is deze oplichting als poging ten laste gelegd met dien verstande dat de betreffende goederen zijn omschreven als
“(een) goed(eren) waaronder kleding en/of schoeisel en/of make-up en/of accessoires, in elk geval van enig goed (te weten een of meer bestelling(en) 'retour distr. centrum' in overzicht A-08-DOC-027a)”. [30]