ECLI:NL:HR:2022:12
Hoge Raad
- Herroeping
- Rechtspraak.nl
Herroeping arrest Hoge Raad en ongegrondverklaring cassatieberoep inzake belastingaanslagen 2010-2014
Belanghebbende stelde op 17 maart 2017 beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over belastingaanslagen en rente voor de jaren 2010 tot en met 2014. Het beroepschrift bevatte echter niet de vereiste gronden, waarna de Hoge Raad het beroep op 11 september 2020 niet-ontvankelijk verklaarde.
Belanghebbende wees later op een faxbericht van 2 juni 2020 waarin de gronden wel waren meegedeeld. De griffier bevestigde dat deze gronden tijdig waren ingediend, waardoor het arrest van 11 september 2020 vervallen werd verklaard en opnieuw arrest zou worden gewezen.
Na behandeling van het beroep concludeerde de Advocaat-Generaal tot ongegrondverklaring. De Hoge Raad oordeelde dat het eerdere niet-ontvankelijk verklaren onterecht was, maar dat de klachten tegen het hof niet tot vernietiging leiden. Daarom herroept de Hoge Raad het eerdere arrest en verklaart het cassatieberoep ongegrond.
De Hoge Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Dit arrest werd op 14 januari 2022 openbaar uitgesproken door de genoemde raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president.
Uitkomst: De Hoge Raad herroept het eerdere arrest en verklaart het cassatieberoep ongegrond.