ECLI:NL:HR:2022:1241

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 september 2022
Publicatiedatum
16 september 2022
Zaaknummer
21/04162
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek om herziening niet-ontvankelijk in belastingzaak

In deze zaak heeft belanghebbende een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerder arrest van de Hoge Raad uit 2021. De Hoge Raad heeft dit verzoek zorgvuldig beoordeeld, waarbij ook de procureur-generaal een advies heeft uitgebracht.

De Hoge Raad concludeert dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen en maakt daarom gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 16 september 2022.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens duidelijke kansloosheid.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/04162
Datum16 september 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het verzoek om herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 1 oktober 2020, nr. 20/01396, ECLI:NL:HR:2021:1427.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek om herziening

De Hoge Raad heeft het verzoek om herziening beoordeeld. De procureur-generaal bij de
Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2022.