ECLI:NL:HR:2021:1427
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Den Haag inzake aanslag inkomstenbelasting 2010
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 28 februari 2020, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2010 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Een wrakingsverzoek van belanghebbende is door de Hoge Raad buiten behandeling gesteld. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is op 1 oktober 2021 in het openbaar gewezen door de raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren, en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 2010 zoals opgelegd door de Staatssecretaris van Financiën.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag bevestigd.