Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
11 oktober 2022.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep omdat het beroep te laat was ingesteld. Het hof baseerde zich op de vaststelling dat het vonnis op Schiphol aan de verdachte was uitgereikt, maar niet schriftelijk in het Turks was vertaald. De tolk had mondeling medegedeeld wat in het vonnis stond, maar het hof vond dit onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De Hoge Raad herhaalt de relevante bepalingen uit artikel 366 Sv Pro en Richtlijn 2010/64/EU, die voorschrijven dat een verdachte die de taal niet beheerst recht heeft op een schriftelijke vertaling van essentiële processtukken. Mondelinge vertaling is slechts toegestaan als dit het eerlijke proces niet schaadt.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft onderzocht of de mondelinge vertaling door de tolk voldoende was om de verdachte op de hoogte te stellen van de inhoud van het vonnis en de mogelijkheid tot hoger beroep. Daarom is het oordeel van het hof dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar is niet begrijpelijk.
Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde behandeling van het beroep. Hiermee wordt het belang van adequate vertaling en communicatie aan niet-Nederlandstalige verdachten onderstreept.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende onderzoek naar de vertaling van de mededeling van het vonnis.