Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd bij verstek veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen en kreeg een gevangenisstraf van één week. De uitspraak werd op 31 oktober 2018 aan de verdachte betekend in het bijzijn van een Poolse tolk, maar zonder schriftelijke vertaling. Het hoger beroep werd pas op 3 maart 2023 ingesteld, ruim na de wettelijke termijn van veertien dagen.
Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De verdachte voerde aan dat de termijnoverschrijding verontschuldigbaar was omdat hij geen schriftelijke vertaling had ontvangen. De Hoge Raad overwoog dat de inzet van een tolk niet automatisch leidt tot verontschuldigbaarheid; het hof had vastgesteld dat de tolk geregistreerd was en de mededeling van het vonnis had vertaald.
De Hoge Raad vond het oordeel van het hof begrijpelijk en voldoende gemotiveerd en zag geen aanleiding tot cassatie. De redelijke termijn van berechting was overschreden, maar dat leidde niet tot vernietiging. Het cassatieberoep werd verworpen en het vonnis in eerste aanleg werd onherroepelijk.
Uitkomst: Het hof heeft terecht verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de appeltermijn ondanks inzet van een tolk zonder schriftelijke vertaling.