ECLI:NL:HR:2022:1460

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 oktober 2022
Publicatiedatum
13 oktober 2022
Zaaknummer
21/01278
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake informatiebeschikking belastingrecht

Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende een informatiebeschikking van de Staatssecretaris van Financiën. Deze informatiebeschikking was eerder door de rechtbank bevestigd. De Hoge Raad heeft het beroepschrift, de verweerschriften en de conclusie van de Advocaat-Generaal zorgvuldig bestudeerd.

De middelen van belanghebbende faalden op dezelfde gronden als in een gelijktijdig arrest (nummer 21/01277), waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht. De Hoge Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan een van de partijen toe te wijzen.

Uiteindelijk verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie ongegrond, waarmee het oordeel van het hof werd bekrachtigd. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president en vier raadsheren van de Hoge Raad, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 14 oktober 2022.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de informatiebeschikking.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/01278
Datum14 oktober 2022
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 februari 2021, nr. 19/01156, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. 17/267) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikking. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 25 november 2021 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. [1] Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 21/01277 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, M.A. Fierstra, E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2022.