Uitspraak
1.Verdere procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
4.Beslissing
1 november 2022.
Hoge Raad
In deze strafzaak over meermalen gepleegde mensenhandel heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 29 maanden. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat de eerste twee cassatiemiddelen niet tot vernietiging kunnen leiden. Na aanvullende conclusies van de advocaat-generaal en schriftelijke reactie van de raadsman van de verdachte, heeft de Hoge Raad de overige klachten beoordeeld.
De klachten over het niet horen van getuigen en het niet voegen van stukken zijn afgewezen zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Wel is geoordeeld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, doordat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en het cassatieberoep meer dan twee jaar heeft geduurd.
Dit leidde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur, die vervolgens is verminderd van 29 naar 28 maanden gevangenisstraf. Het beroep is voor het overige verworpen. De uitspraak is gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 1 november 2022.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 29 naar 28 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.