Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Slotsom
5.Beslissing
7 juni 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak over meervoudige mensenhandel, gepleegd tussen april 2010 en mei 2014. Verdachte werd onder meer verweten een vrouw, die zwakbegaafd en verslaafd was, te hebben uitgebuit door haar te laten werken in de prostitutie en haar inkomsten voor zichzelf te houden.
In cassatie werd geklaagd over de afwijzing door het hof van het verzoek tot het horen van een getuige, de ex-vrouw van verdachte, en het gebruik van haar eerder afgelegde verklaring als bewijsmiddel. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had onderzocht of de procedure voldeed aan het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro, maar dat dit niet tot vernietiging hoefde te leiden omdat de feiten uit die verklaring grotendeels door andere bewijsmiddelen werden ondersteund.
De Hoge Raad verwees de zaak naar de rolzitting om de advocaat-generaal in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de overige middelen. De zaak werd aangehouden voor verdere beslissing. De bewezenverklaring berustte op uitgebreide verklaringen van het slachtoffer, getuigen en deskundigen, waaruit blijkt dat verdachte financieel profiteerde van de uitbuiting van het slachtoffer, die door haar verliefdheid en kwetsbaarheid gemakkelijk werd gemanipuleerd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het hof voor nadere behandeling en houdt verdere beslissing aan.