Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.Beoordeling van het middel
5.Beslissing
18 november 2022.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de vervoerder, Qatar Airways, cassatieberoep ingesteld tegen twaalf vonnissen van de kantonrechter waarin passagiers compensatie werd toegekend wegens een vluchtannulering van Amsterdam naar Doha. De annulering was veroorzaakt door een aanvaring met een vogel, een zogenoemde bird strike, en leidde tot een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming.
De passagiers hadden ieder een vervoersovereenkomst gesloten en vorderden compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004. De kantonrechter wees de vorderingen toe in vonnissen die op verschillende dagen werden gewezen, maar inhoudelijk vrijwel identiek waren.
De vervoerder stelde in cassatie onder meer de ontvankelijkheid van het beroep ter discussie, omdat het beroep tegen meerdere vonnissen in één procesinleiding werd ingesteld. De Hoge Raad oordeelde dat vanwege de grote samenhang tussen de zaken en het feit dat de motivering vrijwel gelijk was, het cassatieberoep ontvankelijk is.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep inhoudelijk zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leiden tot vernietiging van de vonnissen. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de vervoerder in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Qatar Airways wordt verworpen en de compensatievorderingen van de passagiers worden bevestigd.