ECLI:NL:HR:2022:1699

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2022
Publicatiedatum
17 november 2022
Zaaknummer
21/02968
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROVerordening (EG) nr. 261/2004
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid cassatie bij gezamenlijke behandeling compensatievorderingen passagiers na vluchtannulering door bird strike

In deze zaak heeft de vervoerder, Qatar Airways, cassatieberoep ingesteld tegen twaalf vonnissen van de kantonrechter waarin passagiers compensatie werd toegekend wegens een vluchtannulering van Amsterdam naar Doha. De annulering was veroorzaakt door een aanvaring met een vogel, een zogenoemde bird strike, en leidde tot een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming.

De passagiers hadden ieder een vervoersovereenkomst gesloten en vorderden compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004. De kantonrechter wees de vorderingen toe in vonnissen die op verschillende dagen werden gewezen, maar inhoudelijk vrijwel identiek waren.

De vervoerder stelde in cassatie onder meer de ontvankelijkheid van het beroep ter discussie, omdat het beroep tegen meerdere vonnissen in één procesinleiding werd ingesteld. De Hoge Raad oordeelde dat vanwege de grote samenhang tussen de zaken en het feit dat de motivering vrijwel gelijk was, het cassatieberoep ontvankelijk is.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep inhoudelijk zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leiden tot vernietiging van de vonnissen. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de vervoerder in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Qatar Airways wordt verworpen en de compensatievorderingen van de passagiers worden bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/02968
Datum18 november 2022
ARREST
In de zaak van
CLOSED STOCK COMPANY QATAR AIRWAYS (Q.C.S.C.),
gevestigd te Doha, Qatar,
EISERES tot cassatie,
hierna: de vervoerder,
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
1. [verweerder 1],
2. [verweerder 2],
beiden wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [verweerder 4],
wonende te [woonplaats],
5. [verweerder 5],
6. [verweerder 6],
7. [verweerder 7],
8. [verweerder 8],
9. [verweerder 9],
allen wonende te [woonplaats],
10. [verweerder 10],
wonende te [woonplaats],
11. [verweerder 11],
12. [verweerder 12],
beiden wonende te [woonplaats],
13. [verweerder 13],
14. [verweerder 14],
beiden wonende te [woonplaats],
15. [verweerder 15],
wonende te [woonplaats],
16 [verweerder 16],
wonende te [woonplaats],
17. [verweerder 17],
wonende te [woonplaats],
18. [verweerder 18],
wonende te [woonplaats],
19. [verweerder 19],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: de passagiers,
niet verschenen.

1.Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaken 8318374 \ CV EXPL 20-1506, 8258036 \ CV EXPL 20-316, 8258053 \ CV EXPL 20-318, 8258232 \ CV EXPL 20-323, 8258250 \ CV EXPL 20-324, 8258287 \ CV EXPL 20-326, 8258294 \ CV EXPL 20-327, 8373470 \ CV EXPL 20-2356, 8373500 \ CV EXPL 20-2357, 8373540 \ CV EXPL 20-2361, 8373565 \ CV EXPL 20-2363 en 8373618 \ CV EXPL 20-2365 van de kantonrechter te Haarlem van 14 april 2021, 21 april 2021 en 28 april 2021.
De vervoerder heeft tegen de vonnissen van de kantonrechter beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de passagiers is verstek verleend.
De zaak is voor de vervoerder toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatie-beroep.
De advocaat van de vervoerder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Uitgangspunten en feiten

2.1
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) De passagiers hebben ieder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de desbetreffende passagier diende te vervoeren van Amsterdam (Schiphol) naar Doha (Qatar) of via Doha naar een andere eindbestemming.
(ii) De vlucht van Amsterdam naar Doha is geannuleerd. De passagiers zijn omgeboekt naar een andere vlucht en zijn uiteindelijk meer dan drie uur later dan gepland op hun eindbestemming aangekomen.
(iii) De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met de annulering. De vervoerder heeft dit geweigerd.
2.2
De passagiers hebben in twaalf afzonderlijke procedures betaling gevorderd van compensatie door de vervoerder. Bij vonnissen van 14 april 2021, 21 april 2021 en 28 april 2021 heeft de kantonrechter de vorderingen van ieder van de passagiers toegewezen.

3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De vervoerder heeft door middel van één procesinleiding cassatieberoep ingesteld tegen de hiervoor in 2.2 genoemde vonnissen van de kantonrechter. Deze vonnissen zijn op drie verschillende data gewezen in procedures tussen verschillende eisers en de vervoerder. Deze procedures hebben betrekking op identieke vorderingen, die zijn gebaseerd op hetzelfde feitencomplex. De motivering van de vonnissen is, op één zin na, gelijkluidend. Gelet hierop is voldaan aan de eis dat ook aanstonds voldoende vaststaat dat een genoegzame samenhang bestaat tussen de verschillende zaken om een gezamenlijke behandeling daarvan in cassatie te rechtvaardigen. [1] Het cassatieberoep is dus ontvankelijk.

4.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de vonnissen van de kantonrechter beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die vonnissen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

5.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de vervoerder in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de passagiers begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
18 november 2022.

Voetnoten

1.Vgl. HR 21 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ8317, rov. 4.3.