Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste tot en met het vierde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel
4.Beslissing
1 februari 2022.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 januari 2020. Verdachte werd veroordeeld voor het leiden van een criminele organisatie die zich schuldig maakte aan oplichting, onjuiste belastingaangifte, bedrieglijke bankbreuk en valsheid in geschrift.
De verdediging voerde meerdere cassatiemiddelen aan, waaronder bewijs- en kwalificatieklachten en een klacht over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. De Hoge Raad verwierp de meeste klachten zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Wel werd het cassatiemiddel gegrond verklaard dat de redelijke termijn was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden. Dit leidde tot vernietiging van het deel van het arrest dat de duur van de gevangenisstraf betrof en tot vermindering van de straf van 24 naar 23 maanden.
De overige onderdelen van het beroep werden verworpen, waardoor de inhoudelijke veroordeling en kwalificaties van het hof in stand blijven. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 24 naar 23 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; overige veroordeling blijft in stand.