Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding binnengekomen op 22 maart 2024, met bijlagen;
- de producties namens AMF;
- de spreekaantekeningen van mr. R.M. van Hall.
Rechtbank Rotterdam
In deze kort geding procedure vordert eiser schorsing van het concurrentiebeding dat hij met zijn voormalige werkgever AMF Bakery Systems Europe B.V. is overeengekomen. Eiser heeft ontslag genomen en wil per 1 april 2024 in dienst treden bij een nieuwe werkgever, Vemag.nl, maar AMF beroept zich op het concurrentiebeding om dit te verhinderen.
De rechtbank oordeelt dat het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk had moeten worden overeengekomen na diverse promoties van eiser, waaronder een nieuwe functie als executive product manager die niet voorzien was bij het aangaan van het beding. Door deze wijziging in de arbeidsverhouding is het beding aanmerkelijk zwaarder gaan drukken, waardoor het zijn geldigheid verliest volgens artikel 7:653 BW Pro.
Hoewel in kort geding geen definitieve uitspraak over de geldigheid kan worden gedaan, kan het beding wel worden geschorst. De voorzieningenrechter wijst de schorsing toe, waardoor eiser bij zijn nieuwe werkgever kan beginnen. AMF wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt dat de bodemrechter hier anders over kan oordelen.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt geschorst omdat het aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken door een ingrijpende wijziging in de arbeidsverhouding.