Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
5 juli 2022.
Hoge Raad
De verdachte is in eerste aanleg en hoger beroep veroordeeld voor bedreiging van twee aangeefsters. De bewezenverklaring steunde mede op hun aangiften. Tijdens het hoger beroep verzocht de verdediging om het horen van deze aangeefsters als getuigen om hun verklaringen te kunnen toetsen.
Het hof wees dit verzoek af met het motief dat het enkele betwisten van de aangiften onvoldoende was om het horen van de getuigen te rechtvaardigen, mede omdat hun verklaringen steun vonden in ander bewijsmateriaal. De verdediging stelde dat de eerdere verklaringen belastend waren en dat het niet kunnen ondervragen van de getuigen het recht op een eerlijk proces schond.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet voldoende had onderzocht of de procedure in haar geheel voldeed aan het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd door artikel 6 EVRM Pro. Het hof had de bewezenverklaring mede gebaseerd op de betwiste verklaringen zonder de verdediging de mogelijkheid te geven deze getuigen te ondervragen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe berechting en beslissing, waarbij het recht op een eerlijk proces adequaat moet worden gewaarborgd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting wegens schending van het recht op een eerlijk proces.