ECLI:NL:HR:2022:908

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2022
Publicatiedatum
20 juni 2022
Zaaknummer
21/02300
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 SvArt. 29f SvArt. 36 Sv (oud)Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen schorsing vervolging wegens progressieve Alzheimer

In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte verworpen tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De zaak betreft de schorsing van de vervolging op grond van artikel 16 van Pro het Wetboek van Strafvordering vanwege de ziekte van Alzheimer bij de verdachte, waarbij herstel niet meer te verwachten is.

De verdediging had verzocht om naast de schorsing van de vervolging ook een verklaring van einde van de zaak op grond van artikel 29f Sv (voorheen artikel 36 Sv Pro). Dit verzoek werd door het hof afgewezen met onvoldoende motivering volgens de verdediging.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten over de motivering van het hof niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad ziet geen noodzaak om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep wordt derhalve verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de schorsing van de vervolging wegens de progressieve ziekte van Alzheimer bij verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02300
Datum21 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 mei 2021, nummer 20-001050-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 juni 2022.