Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Het openbaar ministerie is terzake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging. De verdachte is in de loop van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep - maar voorafgaand aan de daadwerkelijk inhoudelijke behandeling - als gevolg van opgelopen hersenletsel komen te lijden aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat die stoornis zodanig ernstig is dat de verdachte ook niet met compenserende procedurele maatregelen als bedoeld in de artikelen 509 a-d Sv effectief kan participeren in de strafprocedure. Het hof acht de verdachte procesonbekwaam, zodat hij niet in staat moet worden geacht de strekking van de tegen