ECLI:NL:HR:2022:973
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitleg remittancebepaling in Belastingverdrag Nederland-Malta
Belanghebbende, een Maltese vennootschap, stelde zich in hoger beroep en cassatie op het standpunt dat de remittancebepaling in artikel 2, lid 5, van het Belastingverdrag Nederland-Malta niet van toepassing was op bepaalde vermogenswinsten en dat deze bepaling uitsluitend betrekking had op Nederlandse broninkomsten. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch verwierp deze stellingen en oordeelde dat de bepaling ook ziet op inkomensbestanddelen waarvoor een onverkorte toewijzingsregel geldt en dat vermogenswinsten onder de term "bepaalde inkomsten" vallen.
De Hoge Raad sluit zich aan bij het oordeel van het hof en verwijst naar een eerder arrest waarin deze interpretatie is bevestigd. De overige middelen van belanghebbende slagen niet, en de Hoge Raad ziet geen aanleiding om de proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen.
Het arrest bevestigt de uitleg van de remittancebepaling en onderstreept dat deze ook van toepassing is op vermogenswinsten en niet beperkt is tot Nederlandse broninkomsten. Hierdoor blijft de navorderingsaanslag en de boetebeschikking in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag en boetebeschikking.