ECLI:NL:GHSHE:2020:969
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag vennootschapsbelasting ondanks zetelverplaatsing naar Malta
Belanghebbende, een Nederlandse besloten vennootschap die haar feitelijke zetel in 2012 naar Malta verplaatste, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 2012 en 2013. De inspecteur stelde dat de winst in Nederland belastbaar is omdat de inkomsten niet naar Malta zijn overgemaakt, waardoor de remittance-bepalingen in het Maltese recht niet van toepassing zijn.
De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af en het hof bevestigde deze uitspraak. Het hof oordeelde dat artikel 16 AWR Pro geen belemmering vormt voor navordering omdat de inspecteur pas in 2016 kennis kreeg van het feit dat de inkomsten niet naar Malta waren overgemaakt, hetgeen een nieuw feit is dat navordering rechtvaardigt.
Verder stelde het hof vast dat de Nederlandse wetgeving die Nederlandse vennootschappen die hun feitelijke leiding naar het buitenland verplaatsen toch als binnenlands belastingplichtig aanmerkt, geen strijd oplevert met de vrijheid van vestiging zoals gewaarborgd in het VWEU. Ten slotte oordeelde het hof dat de winstheffing in Nederland niet in strijd is met het belastingverdrag tussen Nederland en Malta, waarbij de remittance-bepaling ook van toepassing is op vermogenswinsten en niet beperkt is tot broninkomsten.
Het hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd, en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting over 2012 en 2013.