Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
Uitleg vaststellingsovereenkomst (principaal hoger beroep)
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
25 augustus 2023.
Hoge Raad
De vrouw en de man waren gehuwd en gescheiden bij beschikking van de rechtbank Maastricht in 2008. De man was verplicht partneralimentatie te betalen aan de vrouw. In september 2009 sloten partijen een vaststellingsovereenkomst waarin zij overeenkwamen dat de partneralimentatie zou eindigen op de pensioengerechtigde leeftijd van de vrouw, gesteld op 24 mei 2021. In deze overeenkomst werd uitdrukkelijk bepaald dat de uitleg van de overeenkomst uitsluitend grammaticaal moest plaatsvinden, met uitsluiting van het Haviltex-criterium.
De curator van de vrouw verzocht om verlenging van de alimentatieplicht tot de AOW-leeftijd van de vrouw in 2024, dan wel tot haar 65e verjaardag in 2022. De rechtbank wees het subsidiaire verzoek toe tot 24 mei 2022, maar het hof vernietigde deze beslissing en wees het verzoek af, stellende dat de alimentatieplicht eindigde op 24 mei 2021 conform de letterlijke tekst van de overeenkomst.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de contractuele uitlegmaatstaf, die de grammaticale uitleg voorschrijft en het Haviltex-criterium uitsluit, leidend is. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de curator en oordeelde dat het hof terecht de datum 24 mei 2021 als einddatum van de alimentatieplicht heeft vastgesteld. De stellingen van de curator omtrent de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen konden niet worden betrokken bij de uitleg vanwege de contractuele uitlegmaatstaf.
Uitkomst: De partneralimentatieplicht van de man eindigt op 24 mei 2021 conform de letterlijke tekst van de vaststellingsovereenkomst.