ECLI:NL:HR:2023:1160
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongerechtvaardigd beroep in cassatie inzake omzetbelastingtarief geneesmiddelen en medische hulpmiddelen
Belanghebbende, een fiscale eenheid, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een naheffingsaanslag omzetbelasting over maart 2018 en geweigerde teruggaafverzoeken. De zaak betrof het verschil in omzetbelastingtarief tussen geneesmiddelen en medische hulpmiddelen, waarbij het onderscheid gebaseerd is op het al dan niet beschikken over een handelsvergunning volgens de Geneesmiddelenwet.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot gegrondverklaring van het cassatieberoep, maar de Hoge Raad volgde deze conclusie niet. De Hoge Raad verwees naar een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2023:1124) waarin de gronden voor afwijzing van het beroep uitvoerig zijn behandeld.
De Hoge Raad oordeelde dat het wettelijke onderscheid en het toegepaste omzetbelastingtarief in overeenstemming zijn met het beginsel van fiscale neutraliteit en de relevante bepalingen van de Wet OB en de BTW-richtlijn. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting blijft in stand.