ECLI:NL:HR:2023:1256

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 september 2023
Publicatiedatum
15 september 2023
Zaaknummer
21/04461
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet ROArt. 5.2 Wet ROArt. 6.2 Wet ROArt. 6 lid 1 EVRMArt. 11a Opiumwet
Verwijzingen
5 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over voorbereidingshandelingen grootschalige hennepteelt en overschrijding redelijke termijn

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over voorbereidingshandelingen voor grootschalige hennepteelt, waarbij ook de vraag speelde of een aangetroffen PGP-telefoon bestemd was voor het criminele doel van hennepteelt.

De Hoge Raad beoordeelde meerdere klachten, waaronder een onvolkomenheid bij de beëdiging van raadsheren en de kwalificatie van de PGP-telefoon. Deze klachten konden echter niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad hoefde deze inhoudelijk niet te motiveren omdat zij niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, was overschreden doordat stukken te laat door het hof werden ingezonden. Gelet op de opgelegde straf van drie weken gevangenisstraf vond de Hoge Raad dit echter niet aanleiding om een ander rechtsgevolg te verbinden.

Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het hof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand, ondanks overschrijding van de redelijke termijn bij een straf van drie weken gevangenisstraf.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04461
Datum19 september 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 oktober 2021, nummer 20-002928-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, S. van den Akker en M.J. van Berlo, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van drie weken volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 september 2023.