Conclusie
Inleiding
Het eerste middel
NJ2023/43, m.nt. Vellinga.
NJ2023/43, m.nt. Vellinga verwezen, maar niet iets nieuws aangevoerd dat een ander licht op de kwestie zou kunnen werpen. Ik meen derhalve dat het middel dan afstuit op hetgeen de Hoge Raad in dat arrest ter zake heeft overwogen (zie o.m. rov. 5.7).
Het tweede middel
Stb. 2014, 444), op grond waarvan art. 11a Opiumwet is komen te luiden als hiervoor weergegeven, houdt – voor zover hier van belang – het volgende in:
NJ2018/281, m.nt. Rozemond overwogen dat blijkens de (hiervoor weergegeven) wetsgeschiedenis voor een bewezenverklaring van de bestemming als bedoeld in art. 11a Opiumwet is vereist dat de gedragingen strekken tot voorbereiding of vergemakkelijking van hennepteelt, waarbij het uiteindelijke doel ten behoeve waarvan de handeling wordt verricht van belang is.
Het derde middel
Slotsom