ECLI:NL:HR:2023:1483
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslag 2016
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 23 november 2021, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag werd behandeld. Het geschil betreft de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2016 en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klacht van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet kan leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. Daarbij is geen nadere motivering gegeven, omdat de klacht geen vragen bevat die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is uitgesproken op 27 oktober 2023 door de genoemde raadsheren en de vice-president als voorzitter.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag bevestigd.