Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
28 november 2023.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen ten aanzien van de duur van de opgelegde gevangenisstraf, met vermindering naar de gebruikelijke maatstaf. De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel gegrond verklaard dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden doordat stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
Dit leidde tot vermindering van de gevangenisstraf met twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De overige klachten van de verdachte werden door de Hoge Raad verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de strafduur en legde een nieuwe straf op van elf maanden en drie weken gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer op 28 november 2023.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot elf maanden en drie weken, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.