ECLI:NL:PHR:2025:86
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering afwijzing aanhoudingsverzoek in bedreigingszaak
De verdachte is door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens bedreiging met zware mishandeling, bedreiging met verkrachting, wederrechtelijke dwang en eenvoudige belediging, en kreeg een gevangenisstraf van 65 dagen opgelegd, waarvan 60 dagen voorwaardelijk. In hoger beroep werd een verzoek tot aanhouding van de behandeling gedaan omdat verdachte niet aanwezig kon zijn wegens het ophalen van zijn kinderen. Dit verzoek werd door het hof afgewezen met als motivering dat verdachte eind augustus al op de hoogte was van de zitting en eerder gelegenheid had gehad zijn standpunt toe te lichten.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat het hof de afwijzing van het aanhoudingsverzoek onvoldoende en onbegrijpelijk heeft gemotiveerd. De dagvaarding was niet persoonlijk aan verdachte uitgereikt, waardoor niet zonder meer kan worden aangenomen dat hij daadwerkelijk op de hoogte was van de zitting. Ook doet het feit dat verdachte eerder zijn standpunt heeft toegelicht niet af aan zijn belang om dit ook in hoger beroep te kunnen doen.
Daarnaast behandelt de conclusie een bewijsklacht over de bewezenverklaring van bedreiging. De Hoge Raad oordeelt dat het bewijs, bestaande uit verklaringen van twee getuigen, voldoende steun biedt voor de bewezenverklaring en dat het hof de kwalificatie van bedreiging met zware mishandeling terecht heeft gemaakt. De conclusie leidt tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling vanwege onvoldoende motivering van de afwijzing van het aanhoudingsverzoek.