ECLI:NL:HR:2023:1801
Hoge Raad
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden Hoge Raad in belastingzaak
Verzoeker heeft in een belastingzaak meerdere wrakingsverzoeken ingediend tegen de leden van de Hoge Raad die de uitspraak zouden doen. Het eerste wrakingsverzoek werd reeds afgewezen op 7 juli 2023. Na een tweede aankondiging van uitspraak op 10 augustus 2023 diende verzoeker opnieuw een wrakingsverzoek in, dat door een andere wrakingskamer werd behandeld.
Verzoeker stelde dat hij zich in rechte wilde laten bijstaan door een raadsman, maar dat de gewraakte raadsheren hem die mogelijkheid niet hadden geboden, waardoor fundamentele rechtsbeginselen zouden zijn geschonden. De Hoge Raad overwoog dat de rechterlijke onpartijdigheid moet worden vermoed en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden tot wraking kunnen leiden.
De Hoge Raad oordeelde dat de aankondiging van de uitspraak geen aanwijzing gaf voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. Tevens werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen. De beslissing werd op 22 december 2023 openbaar uitgesproken door de wrakingskamer.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de Hoge Raad wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.