Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
26 mei 2023.
Hoge Raad
Stichting Exodus had twee werknemers in dienst als slaapwacht, die uitsluitend slaapdiensten verrichtten. De werknemers vorderden een verklaring voor recht dat zij recht hadden op 100% salaris over de slaapdiensten conform art. 6.14 van de cao Sociaal Werk, Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening, alsmede betaling van achterstallig salaris.
De kantonrechter wees de vorderingen af omdat de werknemers niet uitsluitend slaapdiensten verrichten, maar ook substantieel andere werkzaamheden rondom de slaapdienst. Het hof stelde de werknemers in het gelijk en oordeelde dat zij recht hadden op 100% vergoeding over de slaapdiensturen, ook de rusturen, omdat zij uitsluitend voor slaapdiensten werden ingezet.
De Hoge Raad onderzocht de uitleg van de cao-bepalingen en oordeelde dat bepalend is of werknemers op grond van hun arbeidsovereenkomst uitsluitend slaapdiensten verrichten zoals gedefinieerd in art. 5.5 onder A van de cao. De benaming 'slaapwacht' of het feit dat zij niet voor andere diensten werden ingezet is niet doorslaggevend. Gezien de werkzaamheden voor en na de rusturen tijdens de slaapdienst, verrichten de werknemers geen uitsluitend slaapdiensten in de zin van de cao. Daarom worden de vorderingen afgewezen en wordt het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter dat de werknemers geen recht hebben op 100% toeslag over slaapdiensten omdat zij niet uitsluitend slaapdiensten verrichten.