Conclusie
[werknemer 1](hierna: ‘ [werknemer 1] ‘)
[werknemer 2](hierna: ‘ [werknemer 2] ’)
1.Feiten
5.5 SLAAPDIENSTEN
2.Procesverloop
Eerste aanleg
- een berekening te overleggen van het achterstallige bruto salaris;
- dat salaris vervolgens uit te betalen nadat zij akkoord zijn met de berekening; en
- tot betaling van de wettelijke verhoging en de wettelijke rente.
De werknemer die op grond van zijn arbeidsovereenkomst uitsluitend slaapdiensten verricht, ontvangt over de feitelijke verrichte dan wel ingeroosterde uren het volledige voor hem geldende uurloon.” In het vervolg van rov. 6.5 heeft het hof overwogen dat de werknemers op grond van deze zin recht hebben op 100% vergoeding van het uurloon voor hun rusturen, omdat zij zich niet bezig houden met de begeleiding van (ex-)gedetineerden maar de slaapdiensten verrichten evenals de overige werkzaamheden die aan hen worden opgedragen rondom de slaapdiensten:
bedoeld zal zijn: 6.14, A-G] cao kan volgens de cao-norm (…) tevens acht worden geslagen op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de verschillende tekstinterpretaties zouden leiden. Het hof is van oordeel dat de door Exodus voorgestane uitleg – anders dan die van [werknemer 1] en [werknemer 2] – tot een ongerijmd resultaat zou leiden. Immers, een slaapdienst die uitsluitend uit rust zou bestaan is enerzijds moeilijk denkbaar (er zal toch gecontroleerd moeten worden wie aanwezig is, etc.) terwijl het anderzijds moeilijk is een harde grens te stellen over hoeveel voor- en nawerk bij de slaapdienst acceptabel is. Het kan – zoals [werknemer 2] en [werknemer 1] terecht opmerken – niet de bedoeling zijn dat een werkgever door meer voor- of nawerk op te dragen, kan bewerkstelligen dat 50% in plaats van 100% loon verschuldigd is over de rusturen.”
3.Bespreking van het cassatiemiddel
zich schuldig[maakt]
aan een verboden aanvulling van de feiten”. Onderdeel 2.2 kent drie subonderdelen en is gericht tegen de door het hof voorgestane uitleg van de cao. Onderdeel 2.3 bevat alleen een voortbouwklacht.
werkzaam[
die werken] in een instelling of organisatie zoals in artikel 1.1. B sub 6a.
overeengekomen en/of] noodzakelijke en[/
of] onvoorziene
bedongenwerkzaamheden.
De tijd waarin een werknemer[
E]
een slaapdienst
verrichtis arbeidstijd in de zin van de Arbeidstijdenwet en telt daarom mee als arbeidstijd voor de toepassing van de maximale arbeidstijd en minimale rusttijd op grond van de Arbeidstijdenwet.
de werknemer[
hij] geen arbeid verricht telt niet als een gewerkt uur in het kader van de individueel overeengekomen gemiddelde arbeidsduur (zie ook artikel 6.14 Slaapdiensttoeslag).
aanwezigheidsdienst)] verricht op grond van de bepalingen in artikel 5.5 ontvangt daarvoor een compensatie in de vorm van doorbetaalde vrije tijd
ter groottevan 50% van de duur van de slaapdienst. De werkgever kan besluiten om deze compensatie in vrije tijd om te zetten in een financiële vergoeding op basis van het voor de werknemer geldende uurloon.
de overeengekomen en noodzakelijke en/of onvoorziene arbeid] op oproep
de bedongen arbeidwordt verricht. Als binnen een half uur na het beëindigen van de arbeid die uit een oproep voortvloeit de werknemer opnieuw op basis van een oproep werkzaamheden verricht, ontvangt
hij[
de werknemer] voor de tussenliggende tijd het voor hem geldende uurloon.
everrichte dan wel ingeroosterde [
slaapdiensten]
uren het volledige voor hem geldende[
zijn volledige] uurloon.
[Bij de toepassing van dit artikel worden de wettelijke bepalingen in acht genomen.]”
brede sociale domein waarbinnen instellingen en/of organisaties (of delen ervan) die activiteiten verrichten en/of voorzieningen hebben met als doel het bevorderen van de sociale samenhang, participatie in de maatschappij en zelfredzaamheid van de burger”.
ondersteuning en opvang voor slachtoffers van (dreigend) huiselijk geweld, ondersteuning en maatschappelijke opvang voor dak- en thuislozen, zwerfjongeren en anderen in instellingen of organisaties voor dag- en/of nachtopvang, begeleid wonen en herstellingsoorden, sociale pensions (vrouwenopvang en Veilig Thuis, maatschappelijke opvang)”.
slaapdiensten (aanwezigheidsdiensten)” en ziet, kort samengevat, op de inzet van slaapdiensten. Voor zover van belang, wordt in artikel 5.5 onder A cao een slaapdienst gedefinieerd als “
een aaneengesloten deel van een dienst [18] waarin de werknemer aanwezig is in de instelling of organisatie en rust geniet, maar op oproep beschikbaar moet zijn voor het verrichten van overeengekomen en/of noodzakelijke en/of onvoorziene werkzaamheden”. Deze definitie suggereert dat een slaapdienst (1) onderdeel uitmaakt van een meer omvattende dienst, maar (2) tegelijkertijd sluiten de bewoordingen niet uit dat een dienst enkel en alleen bestaat uit een slaapdienst. Het gaat immers om een “
aaneengeslotendeelvan een dienst” (onderstreping van mij, A-G). Dat kan ook de volledige duur van een dienst betreffen (in de zin dat de gehele dienst een aaneengesloten deel is waarin de werknemer aanwezig is in de organisatie of instelling en rust geniet, maar op oproep arbeid moet verrichten). [19]
rust geniet, maar op oproep beschikbaar moet zijn voor (…) werkzaamheden” zo worden uitgelegd dat het uitgangspunt tijdens een slaapdienst is ‘rust, tenzij’. Een werknemer geniet rust, tenzij zich omstandigheden voordoen waardoor er gewerkt moet worden. Gelet op de in randnummer 3.11 aangeduide organisaties en instellingen waarvoor artikel 5.5 cao geldt, kan dan bijvoorbeeld gedacht worden aan de situatie dat een slachtoffer van huiselijk geweld zich laat in de avond of in de nacht, tijdens de rusturen van de werknemer, meldt bij een opvang. Of een werknemer daadwerkelijk arbeid verricht tijdens een slaapdienst is niet van belang. Van belang is dat hij kan rusten en indien nodig beschikbaar is om werkzaamheden te verrichten.
slaapdiensttoeslag (toeslag aanwezigheidsdienst)” en gaat over de beloning van slaapdiensten. Zoals eerder al is opgemerkt, is het niet toegestaan om af te wijken van artikel 6.14 cao (zie randnummer 3.12 hiervoor). Voor zover van belang, bepaalt artikel 6.14 cao
allereerstdat de werknemer die een slaapdienst verricht op grond van de bepalingen in artikel 5.5 cao daarvoor een compensatie ontvangt in de vorm van doorbetaalde vrije tijd van 50% van de duur van de slaapdienst. De werkgever kan besluiten om deze compensatie in vrije tijd om te zetten in een financiële vergoeding op basis van het voor de werknemer geldende uurloon.
Daarnabepaalt artikel 6.14 cao, samengevat, dat de werknemer volledig wordt betaald voor de tijd waarin hij, tijdens een slaapdienst, daadwerkelijk arbeid verricht. [20] Tot slotbepaalt artikel 6.14 cao dat de werknemer die op grond van zijn arbeidsovereenkomst uitsluitend slaapdiensten verricht over de feitelijk verrichte dan wel ingeroosterde slaapdiensten zijn volledige uurloon ontvangt.
uitsluitendslaapdiensten verricht, ontvangt hij over de volledige tijd van de slaapdienst – dus ook de tijd die hij in rust doorbrengt – 100% salaris. Gelet op de – duidelijke – definitie van slaapdienst in artikel 5.5 cao (zoals uitgelegd in randnummer 3.13 hiervoor) én de expliciete verwijzing naar artikel 5.5 cao in de eerste volzin van artikel 6.14 cao, gaat het dan om werknemers die alleen diensten verrichten waarin zij als uitgangspunt rust genieten maar werken wanneer dat nodig is.
subonderdeel 2.2-I.1 tot en met 2.2-I.3wordt, samengevat, geklaagd dat toepassing van de cao-norm in dit geval betekent dat nu de term ‘slaapdienst’ met zoveel woorden in artikel 5.5 onder A cao is gedefinieerd, die in beginsel ook als zodanig dient te worden uitgelegd. Het hof miskent in rov. 3.8 en rov. 6.5 tot en met 6.7 dat er geen ruimte bestaat om daar méér of anders in te lezen dan er staat. Inzet van uitleg van een (avv) cao is immers dat die uitleg branche-breed hetzelfde geschiedt. Dan is er, aldus de klacht, bij een dergelijke letterlijke tekst en bij gebreke van een toelichting daarop of van nadere definities ter invulling geen ruimte om deze term op een wijze uit te leggen die niet voor de hand ligt en ook niet zonder meer uit de bewoordingen volgt. Betoogd wordt dat de bewoordingen ‘een aaneengesloten deel van de dienst’, in samenhang met artikel 6.14 cao gelezen, niet anders kunnen worden begrepen dan dat een slaapdienst in hoofdregel deel uitmaakt van een méér omvattende (dus langere) dienst met méér werkzaamheden. Dat betekent vervolgens dat ‘uitsluitend slaapdiensten’ in de laatste volzin van artikel 6.14 van de cao niet anders kan worden begrepen dan als niet deel uitmakend van een meer omvattende dienst. Onder een werknemer die op grond van zijn arbeidsovereenkomst uitsluitend slaapdiensten verricht als bedoeld in de laatste volzin van artikel 6.14 cao kan dan ook in redelijkheid niet anders worden begrepen dan dat die uitsluitend wordt ingehuurd om tijdens de rust aanwezig te zijn en rust te genieten maar op oproep beschikbaar is voor het verrichten van noodzakelijke en onvoorziene bedongen werkzaamheden. Het verschil zit hem er in of de slaapdienst contractueel, dus op basis van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst, van een méér omvattende dienst deel uitmaakt of niet en niet of een werknemer ook op andere diensten dan die van een slaapwacht kan worden ingezet. In subonderdeel 2.2-I.2 wordt voorts nog opgemerkt dat subonderdeel 2.2-I ook gericht is tegen rov. 5.4 indien en voor zover rov. 5.4 een oordeel van het hof over de uitleg van de cao inhoudt. Ook wordt nog een motiveringsklacht gericht tegen rov. 5.4 wederom indien en voor zover deze rechtsoverweging een oordeel van het hof over de uitleg van de cao bevat.
ubonderdeel 2.2-I.10richt zich tegen rov. 6.7 waarin het hof heeft geoordeeld dat de uitleg van Exodus tot een ongerijmd resultaat zou leiden. Betoogd wordt dat een werkgever wel degelijk een keuze heeft om een werknemer te contracteren voor uitsluitend de rusturen dan wel dit te combineren met een meer omvattende dienst.
Subonderdeel 2.2-IIIbevat in wezen dezelfde klacht: geklaagd wordt dat er niets ongerijmds aan is indien een werkgever ervoor kiest een dienst van een slaapwacht deels in te vullen met slaapdienst zoals bedoeld in artikel 5.5 cao (als deel van die dienst als slaapwacht) en voor een ander deel in te vullen met reguliere werkzaamheden die dan niet onder de slaapdienst vallen.
Subonderdeel 2.2-I.6klaagt in dit verband dat de uitleg van Exodus niet tot een ongerijmd resultaat zou leiden, maar dat daarvan wel sprake is indien diensten van bijvoorbeeld 16,5 uur, die uitgaan van het feit dat een deel daarvan rusttijd is, opeens ‘integraal vol’ moeten worden betaald.
Uitleg van de cao”’ is opgemerkt, volgt kort gezegd dat (i) de hoofdregel is dat werknemers over de tijd die zij in rust doorbrengen in slaapdienst 50% beloning ontvangen en dat (ii) werknemers slechts bij wijze van uitzondering, namelijk wanneer zij
uitsluitendslaapdiensten verrichten, 100% beloning ontvangen over de uren die ze in rust doorbrengen, maar dat (iii) dit alleen geldt voor werknemers in slaapdiensten zoals bedoeld in artikel 5.5 onder A cao; dit zijn werknemers die alleen diensten verrichten waarin zij als uitgangspunt rust genieten en alleen werken wanneer dat nodig is. Alleen dán is er recht op 100% beloning over de in rust doorgebrachte uren.
Daaromhebben de werknemers naar het oordeel van het hof recht op 100% vergoeding over de rusturen. Dit oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Het hof baseert zich hier immers enkel op het feit dat de werknemers uitsluitend op de door Exodus als zodanig benoemde slaapdiensten worden ingezet. Dit is echter niet van belang; bepalend is of de werknemers uitsluitend slaapdiensten in de zin van de cao verrichten hetgeen alleen het geval is, zoals terecht wordt geklaagd in subonderdeel 2.2-I.1 tot en met 2.2-I.3, wanneer de slaapdienst geen onderdeel is van een meer omvattende, ruimere dienst.
geendeel uitmaakte van een meer omvattende of ruimere dienst. Zie bijvoorbeeld de cao voor het Welzijnswerk 1995 en 1999 waarin een slaapdienst werd omschreven als “
het in de nabijheid van passanten/gebruikers/cliënten slapen, hetzij in een wisselkamer dan wel in de eigen kamer, met de bedoeling om in voorkomende situaties aanwezig te kunnen zijn om acute problemen op te kunnen lossen c.q. door te verwijzen”. [25] In deze definitie bestaat een slaapdienst volledig ‘uit rust’, maar wordt er indien nodig arbeid verricht.
slaapdienst bij Exodusaltijd deel uitmaakt van een ruimere dienst. Het hof heeft in rov. 6.6 echter geoordeeld dat de definitie van artikel 5.5 onder A cao impliceert dat de
slaapdienst (zoals bedoeld in de cao)altijd deel uitmaakt van een ruimere dienst.
onderdeel 2.1geen bespreking.