Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het derde en het vierde cassatiemiddel
4.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel
5.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
6.Beslissing
13 juni 2023.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens het werven van personen voor de gewapende, terroristische strijd van IS in de periode juni 2013 tot juli 2014. Hij had onder meer radicale ideeën gepropageerd, beeldmateriaal getoond en personen beïnvloed om zich aan te sluiten bij de strijd in Syrië.
De Hoge Raad beoordeelde in cassatie of het bewijs voldeed aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv Pro en of de uitleg van het begrip 'werven' in artikel 205 Sr Pro juist was toegepast. Het hof had het bewijs gebaseerd op verklaringen van meerdere getuigen en op inbeslaggenomen digitaal propagandamateriaal. De verklaringen van getuigen ondersteunden elkaar en het hof had een gedetailleerde en coherente bewijsvoering.
De Hoge Raad bevestigde dat het enkele ronselen voor de gewapende strijd voldoende is voor strafbaarheid, ongeacht of het werven resultaat heeft. Het hof mocht concluderen dat de verdachte met behulp van communicatiemiddelen en propaganda personen ideologisch rijp had gemaakt en had geworven. De klachten van de verdediging werden verworpen en het cassatieberoep werd afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor werven voor de gewapende, terroristische strijd van IS wordt bevestigd.