Conclusie
Inleiding
Het tweede middel en de bespreking daarvan
Nietigheid subsidiaire variant van feit 1: de poging tot ronselen
NJ2012/35 (rov. 2.3), m.nt. Schalken:
T&C Strafrechtbij art. 205 Sr Pro (dertiende druk – 2020). Dit commentaar luidde in aant. 9:
geen ruimtemeer te zijn voor de pogingsvariant.” (cursivering door mij; AG)
nauwelijks ruimtevoor een pogingvariant. Van een poging zou sprake kunnen zijn ingeval de gedragingen slechts bestaan uit het eerste deel van een proces van contacten die in eenduidigheid en wervingskracht oplopen, terwijl al wel duidelijk is waartoe dat proces uiteindelijk dient te leiden. Dat een pogingvariant moeilijk denkbaar is, wil nog niet zeggen dat een daarop toegesneden dagvaarding reeds daarom aan nietigheid zou leiden, aldus Hof ’s-Hertogenbosch 19 augustus 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2586 [5] .” (cursivering door mij; AG)
Het eerste middel en de bespreking daarvan
Impliciet cumulatieve tenlastelegging feit 1 (ronselen)
impliciet cumulatieften laste is gelegd. Die strafbare feiten hadden immers ook afzonderlijk ten laste gelegd kunnen worden.
verdedigingniet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het appel voor zover het betrekking heeft op het ronselen van personen waarvoor cliënt is vrijgesproken.
OMheeft in de appelschriftuur laten weten te berusten in de vrijspraken ten aanzien van het ronselen van de verschillende personen, behalve mbt
[betrokkene 6].
niet-ontvankelijkte verklaren in het appel voor wat betreft het ronselen van de overige personen voor wie cliënt vrijgesproken is.”
IV.De middelen drie tot en met vijf en de bespreking daarvan
De middelen
Bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen
Kamerstukken II vergaderjaar 2003-2004, 28 463, nr. 10, p. 11, 14 en 16).
het hof leest: de verdachte en [betrokkene 4]] in zonde verkeerden, omdat zij in een niet-islamitisch land leefden en toestonden dat geloofsgenoten werden vermoord, verkracht en gemarteld. De verdachte zei dat zij moesten emigreren naar de strijd in Syrië en dat zij zich moesten aansluiten bij de milities die tegen het regime van Assad streden. De imam raadde dat af, maar de verdachte was van mening dat deze imam niet naar zijn geloof handelde omtrent de strijd in Syrië.
het hof merkt op: het kalifaat werd uitgeroepen op 29 juni 2014]. De verdachte zei een keer dat zij en nog een paar andere jongeren een goedkoop autootje moesten halen en kijken hoever ze zouden komen richting Syrië. De verdachte zou hem naar een soort ophaalpunt kunnen brengen, van waaruit mensen naar Syrië gebracht werden. Volgens de verdachte waren er meer van deze ophaalpunten en verplaatsten die steeds. In de herfst/winter 2014 heeft de verdachte tegen [betrokkene 4] gezegd dat hij naar een moskee in Neeroeteren moest gaan om lessen te volgen over het geloof teneinde meer kennis op te doen over Syrië en het uitreizen daarheen. Aldaar kreeg [betrokkene 4] te horen van bewijzen vanuit de islam waaruit zou blijken dat het mogelijk wel was toegestaan om zelfmoordaanslagen te plegen.
[betrokkene 1] GERONSELD?
geronseld.
Die dag werd een barbecue gehouden en een paar uur daarvoor had ik [verdachte] (sic) uit mijn ouderlijk huis gegooid.”
In de hele zaak met betrekking tot [verdachte] heeft [betrokkene 1] de regie genomen omdat volgens [betrokkene 1] , [verdachte] degene is die [betrokkene 13] zijn ideologie heeft doen volgen. Ik weet dat er op een gegeven moment een escalatie is geweest tussen [betrokkene 1] en [verdachte] en dat [betrokkene 1] [verdachte] de deur van de moskee heeft gewezen.’
Het enige wat ik weet is de ruzie tussen [verdachte] en [betrokkene 1] . [betrokkene 1] heeft toen tegen [verdachte] gezegd dat hij niet welkom was. Hierna hebben wij als bestuur met [verdachte] gesproken dat hij nog een gesprek zou krijgen met de imam. Het ontzeggen tot de moskee in [plaats] gebeurde door [betrokkene 1] . Dit was echter niet in overleg met het bestuur.’
Nadat vader [betrokkene 17] de foto van [verdachte] had gezien verklaarde hij spontaan, dat ongeveer vijf jaar geleden [verdachte] en [betrokkene 1] ruzie hadden in de moskee in [plaats].’
Er is een iemand die vaker tegen mij zei om daar op te rotten. Dat is [betrokkene 1].”
moederin ieder geval het volgende bij de RC:
In een emotionele toestand verliest [betrokkene 1] zijn controle. Dat kan zich uiten in haatgevoelens. Hij kan dan op emotioneel gebied doorslaan (...)[betrokkene 1] heeft tegen mij gezegd dat hij [verdachte] haatte. Het ging om iets van de Imam had gezegd.[betrokkene 1] kan niet omgaan met meningen van anderen. (...) [betrokkene 1] is wel eens naar een psychotherapeut geweest. (...) Ik heb meegemaakt dat hij door hoog opgelopen emoties de waarheid niet sprak. Bijvoorbeeld bij de discussie over “de hand van God”. De discussie was afgelopen, maar de emotie blijft bij [betrokkene 1] .Hij heeft dan heel harde oordelen over de persoon waar hij mee discussieert. [betrokkene 1] is meteen boos met oordelen over personen.In die situatie beschuldigt hij mensen ook van dingen die niet zijn gebeurd.Normaal verloopt een meningsverschil over verschillende stappen, van 1 naar 5. [betrokkene 1] slaat stappen over. Hij zit meteen van stap 1 in stap 5. (...) Toen [betrokkene 1] moslim werd liepen de discussies hoog op. Ik had toen het gevoel dat hij van me af werd gepakt.Een tijd geleden wilde hij psychologische hulp. Dat ligt moeilijk in de Islam. Ik had een islamitische psycholoog gevonden. (...) Bewust liegen doet hij niet. Hij verdraait soms en dikt aan. (...)Ik denk dat [betrokkene 1] zich na een tijdje ook verontschuldigt voor deze kwestie. Misschien als hij bij een psycholoog is geweest.”
een goede relatie” heeft met zowel [betrokkene 13] als met [betrokkene 1] , zodat haar verklaring ook daarom
uit onverdachte hoekkomt.
wettigbewijsis om cliënt te kunnen veroordelen voor het ronselen van [betrokkene 1] .
ookniet overtuigendis.
U vraagt mij of ik iemand ken die [betrokkene 1] heet. Ja, die ken ik. U vraagt mij hem te omschrijven. Hij was iemand die de imam blindelings volgde.”
[betrokkene 6]heeft geronseld.
“de daadwerkelijke deelname aan de strijd”beoogde.
zijn geloof kon praktiseren.
strijden. Dat blijkt uit de reactie van [betrokkene 6] :
voor zijn gevoelo.a. [betrokkene 6] is geronseld, is zowel onbetrouwbaar als onvoldoende specifiek. De verklaring van [betrokkene 6] zelf laat niet zien dat cliënt hem heeft geprobeerd te ronselen. Hij heeft slechts met hem gesproken over hetgeen gaande was in Syrie.”
unus testis nullus testiskan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling heeft betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op een onderdeel daarvan. Zij beoogt de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat art. 342, tweede lid, Sv de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige naar voren gebrachte feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van art. 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vereist een beoordeling van het concrete geval. Algemene regels over de toepassing van art. 342, tweede lid, Sv kunnen derhalve niet worden gegeven. Opmerking verdient daarbij dat het bij de beoordeling in cassatie of aan het bewijsminimum van art. 342, tweede lid, Sv is voldaan, van belang kan zijn of de feitenrechter zijn oordeel dat dat het geval is, nader heeft gemotiveerd. [9]
wervendegedragingen van de verdachte specifiek
jegens[betrokkene 4] .
onder anderevan [betrokkene 4] gehoord had dat de verdachte probeerde mensen te ronselen voor de gewapende strijd en dat hij het vermoeden had dat de verdachte geprobeerd heeft [betrokkene 6] te beïnvloeden.
Slotsom