Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
3.Beslissing
23 juni 2023.
Hoge Raad
In deze zaak stond de aansprakelijkheid van de werkgever centraal nadat eiser viel bij het afdalen van twee treden na het sluiten van een deur bij een nooduitgang. Eiser stelde dat de werkgever aansprakelijk was op grond van artikel 7:658 BW Pro, dat de zorgplicht van de werkgever regelt.
De procedure begon bij de kantonrechter te Eindhoven met meerdere vonnissen, waarna het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 19 april 2022 een arrest wees. Eiser stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. Verweerster 1 en Attero B.V. voerden verweren en incidentele cassatieberoepen aan. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten tegen het arrest van het hof niet tot vernietiging konden leiden en dat het incidentele beroep geen behandeling behoefde. De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het hof en veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding.
De uitspraak benadrukt de stelplicht en bewijslast van de werkgever bij een valincident op de werkplek en bevestigt de eerdere rechtspraak over werkgeversaansprakelijkheid in het arbeidsrecht.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof over werkgeversaansprakelijkheid.