Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
[B] heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.
Hoge Raad
In deze zaak heeft [B] namens [X2] Ltd cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2011. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld aan de hand van recente jurisprudentie en wettelijke bepalingen, waaronder art. 28 AWR Pro en art. 6:6 Awb Pro.
De Hoge Raad komt terug op een eerder arrest (ECLI:NL:HR:1991:AA5300) en benadrukt dat het instellen van een principaal cassatieberoep onder bepaalde voorwaarden niet mogelijk is. Tevens is de ontvankelijkheid van het bezwaar ambtshalve beoordeeld, waarbij is vastgesteld dat een door een aandeelhouder gemaakt bezwaar niet kan leiden tot heropening van de vereffening van een niet meer bestaande vennootschap.
De conclusie van de Advocaat-Generaal tot ongegrondverklaring van het beroep is gevolgd. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest bevestigt de strikte voorwaarden waaronder cassatieberoep in belastingzaken kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep van [B] namens [X2] Ltd wordt ongegrond verklaard.