ECLI:NL:HR:2024:1134

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 september 2024
Publicatiedatum
5 september 2024
Zaaknummer
22/01364
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 AWRArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt onbevoegdheid tot principaal cassatieberoep in vennootschapsbelastingzaak

In deze zaak heeft [B] namens [X2] Ltd cassatieberoep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2011. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld aan de hand van recente jurisprudentie en wettelijke bepalingen, waaronder art. 28 AWR Pro en art. 6:6 Awb Pro.

De Hoge Raad komt terug op een eerder arrest (ECLI:NL:HR:1991:AA5300) en benadrukt dat het instellen van een principaal cassatieberoep onder bepaalde voorwaarden niet mogelijk is. Tevens is de ontvankelijkheid van het bezwaar ambtshalve beoordeeld, waarbij is vastgesteld dat een door een aandeelhouder gemaakt bezwaar niet kan leiden tot heropening van de vereffening van een niet meer bestaande vennootschap.

De conclusie van de Advocaat-Generaal tot ongegrondverklaring van het beroep is gevolgd. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest bevestigt de strikte voorwaarden waaronder cassatieberoep in belastingzaken kan worden ingesteld.

Uitkomst: Het cassatieberoep van [B] namens [X2] Ltd wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer22/01364
Datum6 september 2024
ARREST
op het door [B] ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 2 maart 2022, nr. BK-19/00475 [1] , op het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 18/1079) betreffende een aan [X2] Ltd over het jaar 2011 opgelegde navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting.

1.Geding in cassatie

1.1
[B], vertegenwoordigd door P.J. van Amersfoort en R. van Scharrenburg, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld op naam van [X2] Ltd. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
[B] heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.
1.2
De Advocaat-Generaal M.R.T. Pauwels heeft op 30 juni 2023 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. [2] [B] heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in onderdeel 4 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 22/01363 (ECLI:NL:HR:2024:1080).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, M.A. Fierstra, J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2024.