Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
8 oktober 2024.
Hoge Raad
De verdachte werd in eerste aanleg en hoger beroep veroordeeld voor medeplegen diefstal met braak van een kassalade uit een winkel. De bewezenverklaring steunde mede op verklaringen van verbalisanten die de verdachte herkenden op camerabeelden. In hoger beroep verzocht de verdediging om het horen van deze verbalisanten als getuigen om de herkenning nader te kunnen bevragen.
Het hof wees dit verzoek af, stellende dat met aanvullende processen-verbaal voldoende tegemoet was gekomen aan het verdedigingsbelang. De verdediging betoogde dat de verklaringen belastend waren en dat de herkenning niet duidelijk was omschreven, waardoor het horen van de verbalisanten noodzakelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet voldoende had onderzocht of de procedure in haar geheel voldeed aan het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro. Het hof had de verklaringen van de verbalisanten gebruikt zonder dat de verdediging hen had kunnen ondervragen, terwijl het verzoek daartoe was afgewezen zonder duidelijke motivering.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor hernieuwde berechting en beslissing. Het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens schending van het recht op een eerlijk proces.